Stress

De kinderen zijn onrustig, druk, opeens erg onhandig en doof. Ze ruiken het einde van het schooljaar terwijl dat nog lang niet in zicht is. Ze draaien, laten potloden tien keer vallen, moeten aangespoord worden en elkaar vooral heel veel vertellen. Ik word er kriegel van, maar doe mijn best dat zo min mogelijk te laten merken.

Ze moeten citotoetsen doen en daar bovenop krijgen ze ook nog hun voorlopige advies. Daar zijn ze -naar eigen zeggen- helemáál niet zenuwachtig over. Nee, ze kijken uit naar het schoolreisje. Dat zal het zijn. Maar van een moeder krijg ik te horen dat haar dochter elke ochtend huilend naar school gaat en er van overtuigd is dat ze het allemaal niet kan. En er zijn meer signalen.

Zelf probeer ik het niet te groot te maken. Ik probeer duidelijk te maken dat de cito’s maar een momentopname zijn, dat het advies echt niet daar alleen van afhangt, dat ook het advies ook een momentopname is en dat dat voor een groot deel vast wel overeenkomt met wat ze zelf denken.

Los daarvan had ik gezegd dat als ze wat lekkerder wilden zitten, ze best een kussentje mochten meenemen. Dat leverde wat eigenaardige blikken op. Kennelijk was dat een vreemd voorstel. Tot een meisje vroeg of ze in plaats van een kussentje, haar knuffel mee mocht nemen. Ik stond een ogenblik met mijn mond vol tanden, maar zei natuurlijk dat het mocht. Alleen tijdens de toetsen dan. En zo zaten er de volgende dag, naast mijn gebruikelijke leerlingen ook twee beren, een olifant, een hamster en een ondefinieerbaar wezen in mijn klas.

Ik begin de dag altijd met voorlezen en dus kwam de voorzichtige vraag of ze óók bij het voorlezen op tafel mochten. Ja, dat mocht natuurlijk ook, maar dan wel op tafel. Haarfijn voelden ze het privilege aan, dus op tafel stonden ze en bleven ze staan. Tijdens de toets zat een enkeling met haar beer stevig tegen zich aangeklemd, dodelijk geconcentreerd haar sommetjes te maken. Ik heb het maar zo gelaten.

De volgende dag was het aantal knuffels opgelopen tot dertien. Ook een aantal jongens hadden de stap toch maar genomen. Ik zag het aan. Mijn brave klasje, soms praatjes voor tien, maar als puntje bij paaltje komt nog veel te klein voor de grote boze buitenwereld. Er zijn meer dingen waar ik dat aan merk. Zo wordt op elke snipper seksuele voorlichting met afkeer gereageerd. (Hoewel, sinds een week of twee is er wel iets aan het kantelen). En toen een wijkagent een praatje kwam houden over gedrag van jongeren op straat, en wat de consequenties konden zijn, zat het grootste deel te kijken of ze water zag branden. Buiten spelen is voor hen gewoon voetballen, klimmen, verstoppertje spelen of zoiets. Ze zijn jong, letterlijk, maar ook voor hun leeftijd.

Lily had even de aanwijzing dat de knuffel in de tas moest gemist. Tijdens de volgende les zat ze met haar olifantje op haar hoofd. “Ollie komt nu even bij de juf zitten”, zei ik. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ik hoorde het mezelf zeggen en dacht: “Misschien zou ik het toch niet zo slecht doen bij de kleuters.”

Eén opmerking over 'Stress'

Plaats een reactie