Anna

“Je moeder staat op het plein”, zegt Robbe. Anna reageert half binnensmonds, maar toch luid genoeg zodat ik het kan horen: “Ik wil niet opgehaald worden.” Ik knijp mijn ogen halfdicht en moet mijn reactie onderdrukken, maar ik denk, goed zo, eindelijk verzet. Ik overweeg of ik mee naar buiten zal lopen en met haar moeder een gesprek zal beginnen over loslaten. Ik doe het niet en weet eigenlijk niet waarom niet.

Over Anna valt veel te vertellen. Niet dat zij veel vertelt, een prater is het niet. Wel een lezer. “Juf, dit moet u eens lezen en dan kunt u het misschien voorlezen”, zegt ze terwijl ze me ‘De verdwenen prins’ geeft. Ik lees het. Als tegenprestatie raad ik haar ‘Brief voor de koning aan’, dat leest ze in één ruk uit. En ook als ik haar voorzichtig ‘Mijn broer heet Jessica’ onder de neus duw, leest ze dat in vier dagen uit en meldt daarna: “Dit is mijn favoriete boek tot nu toe”. Ze houdt namelijk altijd de mogelijkheid open -hoe verstandig- dat er nog wel eens iets beters langs kan komen.

Tekenen kan ze ook. En hoe. Daar is de hele klas het over eens. Haar werk doet ze het liefst grondig en alleen, aan samenwerken heeft ze een broertje dood en doet ze alleen als het echt niet anders kan. Het allerliefst trekt ze daarbij haar capuchon over haar hoofd en zet daar dan een koptelefoon overheen. Want geluiden boven de 10 decibel vindt ze storend. Als ze klaar is met haar werk, gaat ze óf lezen óf tekenen. En ik laat haar. Ze werkt het hardst en meest precies van iedereen, vraagt om tips om zichzelf te verbeteren, vraagt als ze iets wil weten van een onderwerp of van het leven in het algemeen. Standvastig werkt ze zich een weg omhoog en het lezen en tekenen horen daarbij, horen bij haar.

Hoewel ze geen prater is, is ze op haar eigen manier sociaal. Elke ochtend begroet ze mij en elke volwassene die ze tegenkomt met een monter ‘goedemorgen juf/meester’ en een elleboog. Sinds een week of wat vraagt ze regelmatig hoe het met me gaat. En elke dag blijft ze zo lang mogelijk in het lokaal om te helpen met schoonmaken.

Afgelopen week schreef ze een gedicht over een droom waarin ze vloog en neergeschoten werd. Nu houdt ze ook niet zo van veel aandacht, maar ik moedigde haar aan het voor te lezen. Trillend stond ze voor de klas, toch las ze haar gedicht luid en duidelijk voor.

Anna komt niet uit een gezin waar ‘je mag worden wat je wilt als je maar gelukkig bent’. Niet uit een gezin waar alles vanzelfsprekend of veilig is. Maar zij heeft voor zichzelf ongeveer een weg uitgestippeld. En ze heeft een sterk karakter.

Het verzet is nog klein, maar het is er.

Eén opmerking over 'Anna'

  1. Mooi verhaal. Een kind dat nieuwsgierigheid opwekt. En wat het verdient om in haar talenten ondersteund te worden.

    Like

Geef een reactie op Margriet van Galen Reactie annuleren