Vlammetje

Ik leerde P kennen in groep 6. Ik had hem in het midden van de klas neergezet naast het meisje waar hij het best mee kon vinden, precies zoals zijn leerkracht van groep 5 had aangeraden. Wat hij het liefst wilde, was lezen. Rekenen was niet aan hem besteed. Als ik hem tot werken probeerde aan te zetten, reageerde hij steevast met: “Dat wil ik niet.” Om het dan vervolgens ook niet te doen. Vroeg ik hem iets klassikaal, dan volgde er een “uhm”, kreeg hij rode vlekken in zijn nek en gaf een volkomen onnavolgbaar antwoord.

Gaandeweg leerde ik hem kennen en via chantagemiddelen als ‘als je je rekenwerk gedaan hebt, mag je lezen’ kreeg ik hem min of meer aan het werk. Ook mocht hij dagelijks zijn eigen rekenstrategie aan mij komen vertellen. Die waren vrij omslachtig, maar wel goed. Zijn vertrouwen in mij groeide en daarmee zijn werklust. Ook op andere gebieden. Hij kwam er zowaar achter dat hij wél kon rekenen.

Bij het buitenspelen kwam hij altijd even een praatje maken. Hij vertelde over zijn papegaai, zijn hondje en allerlei andere wetenwaardigheden waarover hij gelezen had of belevenissen die hij had meegemaakt. Ik luisterde welwillend en zei na een aantal minuten: “En nu weer lekker met klasgenoten spelen P. ”Wat hij met een braaf “Okeee” dan ook deed. Hij huppelde dan met zijn specifieke loopje weg.

Ooit waagde ik het eens om lichte kritiek te uiten op zijn spreekbeurt. Er ging een grom door de klas. Want al was P een buitenbeentje, het was wel hún buitenbeentje en daar bleef je van af!

Nu zit hij in groep 7 bij een andere juf. Maar omdat wij met de groepen 7 zo onze eigen gemeenschap hebben, spreek ik P dagelijks. In december deelde hij mee dat hij een kijker ging kopen. “Ik vind vogels namelijk interessant”, zei hij. Natuurlijk vond ik dat – als fervente vogelaar- erg leuk en ik besprak met hem de opties voor een kijker. Ook wilde hij graag een IJsvogel zien, dus ik vertelde hem op welke plekken dat in Almere kon.

Toen kwam de tweede lockdown. De eerste was hem zeer zwaar gevallen. Zo zwaar, dat ik ervoor gezorgd had dat hij naar de opvang kon. Hoe de tweede is verlopen, weet ik niet precies want zoals gezegd: hij zit niet meer bij mij in de groep. Maar toen we weer naar school gingen, was het snel als vanouds. Hij had een kijker gekregen, alvast voor zijn verjaardag. “Maar”, zo zei hij met een diepe zucht, “Ik heb nog steeds geen IJsvogel gezien.”

Ik leende hem een boekje over IJsvogels. Hij was er blij mee. Na de meivakantie kwam hij het terugbrengen. Hij had het helemaal gelezen en er een paar plaatjes uit nagetekend. De IJsvogel blijft voorlopig nog even zijn wenssoort, maar ik weet zeker dat hij hem gaat zien.

P is het soort leerling dat ik in een doosje zou willen stoppen en altijd bij me zou willen houden. Ik zou hem willen beschermen tegen de grote boze buitenwereld die belang hecht aan sociaal aangepaste, flitsende mensen. Tegelijkertijd weet ik dat hij daar zelfstandig tegen bestand zal zijn. Hij trekt zich namelijk geen donder aan van de mening van anderen.

Vorige week had hij een cadeautje voor mij.  “Juf, ik heb een vlammetje voor u gemaakt. Dat kan dan gezellig op u bureau staan. Het wiebelt ook een beetje.” Ik kreeg een papieren vlammetje bovenop een gevouwen muizentrapje.

Het staat op mijn bureau en zal daar waarschijnlijk nog heel lang staan.

7 gedachten over “Vlammetje

  1. Mooi bevlogen mens ben je en direct naar de NJN verwijzen dat jochie! Ik heb er bij mij op school bij mijn zoontje in de klas ook al een op het oog. Nog maar 5 jaar maar ik ga een keer een gesprek met de ouders aanknopen. Je kunt altijd een hint geven dacht ik.haha

    Like

Geef een reactie op Jessica Kips Reactie annuleren