Maandag

Het is de vijfde week thuiswerken van de tweede lockdown. Voordat de lessen beginnen is er al heel wat gebeurd. Het is glad in het hele land. Bij aankomst op school schuifel ik over een werkelijk spiegelglad schoolplein. Na enige tijd strompelt mijn collega de trap op. Ze is hard onderuit gegaan, is misselijk en heeft veel pijn. We zetten haar op een stoel, waarschuwen haar leerlingen en spreken bemoedigde woorden. Een andere collega heeft een ongeluk gehad en is met de ambulance afgevoerd naar huis. Ook de juf voor de opvang is er om half negen nog niet. Ik vraag de kinderen om zelfstandig aan het werk te gaan en er rekening mee te houden dat we instructie aan het geven zijn. Dat beloven ze plechtig, maar het lukt ze natuurlijk niet. Ook de wifi doet lastig.

Evengoed begin ik mijn les om stipt 8:30u. Mijn klas is altijd al op maandagochtend wat lusteloos en thuiszitten maakt het er niet beter op. Toch doen ze al wekenlang echt hun best. Ik heb een nagenoeg 100% aanwezigheid. Een enkele keer zijn er technische problemen waardoor een kind iets mist, maar dat is het dan ook wel. Vanmorgen hebben ze weinig te vertellen. Er gebeurt ook weinig natuurlijk. Het liefst gaan ze gewoon aan het werk.

We beginnen aan het taalthema ‘Helden’. Bij mijn uitleg over ‘ophemelen’, ‘op een voetstuk zetten’ , heroïsch’ en dergelijke, geef ik voorbeelden door leerlingen op te hemelen. Ook virtueel zie ik duidelijk dat ze daardoor rechterop gaan zitten, gaan glimlachen of oprecht ‘dank u wel’ zeggen. Langzaam komen ze uit hun maandagochtendwaas. We zijn wakker, de klas en ik. De rest van de dag rolt prima.

Ik heb voor deze week de tijden van de instructiegroepjes een klein beetje veranderd. Niet iedereen heeft dat even snel door. Dus de rekeninstructie is hierdoor meer dan anders een in- en uitloop. Maar ze leren snel. Aan het eind van de dag hebben ze het door en morgen zijn ze vast weer bijna allemaal ‘op tijd’.

Dingen moeten gaan zoals ze altijd gaan. Mijn leerlingen zeggen het niet, maar ik merk het aan de manier waarop ze reageren. Bij de afsluiting wil ik een Kahoot doen. Ik heb eigenlijk een hekel aan Kahoot omdat het te luidruchtig is en zo gericht op winnen dat na twee foute antwoorden de motivatie om serieus mee te doen afneemt. Maar goed, het is weer eens wat anders, dus ik probeer het maar weer. Het loopt helemaal mis. Kennelijk komen de vragen niet door. Totale chaos in mijn online-klas. Precies zoals ze ‘gewoon’ in de klas zouden zijn. Bij één verstoring helemaal van de leg.

“Morgen proberen we het weer hoor,” zeg ik. En dan zijn ze tevreden en zeggen vriendelijk gedag.

De met de ambulance afgevoerde collega blijkt nog net te hebben kunnen uitwijken voor een vrachtwagen, maar is er relatief goed vanaf gekomen. De andere collega is opgehaald en naar huis gegaan, heeft veel pijn maar niks gebroken. De opvang-juf kwam natuurlijk ook opdagen.

Volgende week gaan we weer ‘live’. Dat is prettig. Maar er hangen wel wat rare dingen omheen. Wat is in hemelsnaam een ‘reëel risico’? Hoeveel onrust gaat het op-en-af van klassen geven die op stel en sprong thuis moeten blijven?

Dingen moeten gaan zoals ze altijd gaan bij mij. Maar dat gaan ze al bijna elf maanden niet. Dus ik pas me aan. En nog en keer. En nog een keer. En nu dus ook weer, maar voor het eerst met enige ongerustheid.

Ik hoop dat het meevalt, de onrust die gaat komen. Ik weet dat het vast niet zo is. Maar we blijven -noodgedwongen- optimistisch. Morgen is het dinsdag.

Eén opmerking over 'Maandag'

Plaats een reactie