Vrijdag.

Nog een kleine week en dan is het zomervakantie. Aan het einde van de schooldag krijgen de leerlingen hun rapport en horen ze wie hun nieuwe juf wordt. Als ik om half acht mijn lokaal binnenkom, is het al behoorlijk warm. Ik vraag me af wat voor dag het wordt en neem me voor vooral geduldig te zijn.

De eerste kinderen komen binnensloffen. Aan één leerling vraag ik: “Hoe heb je geslapen?” Hij zucht en zegt: “Slecht.” Hij gaat zitten en kijkt mij aan met een gezicht dat boekdelen spreekt. Bij de dagstart peil ik de stemming. Er zijn er meer die slecht geslapen hebben. De warmte en het laat licht blijven zijn de boosdoeners. Er gaat een vinger omhoog. “Welke juf krijgen we volgend jaar?” “Dat hoor je vanmiddag.” Een volgende vinger: “Ga ik over?” De afgelopen weken heb ik meerdere keren gezegd dat als je blijft zitten, je dat al geweten zou hebben. Het maakt niet uit, zwart op wit willen ze het.

We gaan hoofdrekenen. Zo snel mogelijk zo veel mogelijk keersommen maken. En al is het warm en al spelen de kleuters hoorbaar buiten, ze gaan er voor.  Na afloop vraag ik wie er meer heeft dan dinsdag. Er gaan veel vingers omhoog. De en heeft er tien meer, de ander wel dertig. Ik knik goedkeurend. Een van de langzamere rekenaars steekt zijn vinger op. “Ik heb er honderdzeventig!” Een goede start van de dag.

Het eerste warmteslachtoffer valt na de eerste pauze. Hij was al binnengekomen met een lijdzame blik en had een paar keer geklaagd dat hij zich niet lekker voelde en last had van zijn oog. Omdat je bij hem niet altijd kan inschatten hoe ernstig het is, had ik gezegd dat we het maar even aan moesten zien. Tijdens het buitenspelen deed hij vrolijk mee, maar toen hij in een stoeipartij terechtkwam, was hij boos geworden en in huilen uitgebarsten. Ik troostte hem natuurlijk en zei dat hij maar even rustig binnen moest gaan zitten. Toch moeder maar gebeld om hem ophalen. Bij het weglopen heb ik nog zijn rapport in z’n tas gestopt en hem het beste gewenst.

Het tweede slachtoffer stond ook al huilerig voor mijn neus. Ze kon niet precies zeggen wat er was ‘maar ze voelde zich niet lekker’.  Naar huis wilde ze niet “Want ik wil m’n rapport hebben vanmiddag.” Na een uurtje bij een collega in een leeg (en koeler) lokaal gezeten te hebben, kon ze er weer tegenaan.

We deden topo. Zeker drie kwartier lang waren ze bezig om de atlas uit te pluizen. Het ging er gemoedelijk aan toe, maar erg veel tempo zat er niet meer in. Dus maar even bingo gespeeld. Wat een opleving betekende. Fanatiek klonk het “jaaa” of teleurgesteld “Neee” als een getal wel of niet op de kaart stond. De eerste bingo was vals en dus moest er een dansje gedaan worden. Daarna lette ze beter op.

In de tweede pauze sloeg de hitte en de vermoeidheid genadeloos toe. Er werd gekibbeld buiten. Ruzie over een al dan niet gemaakt doelpunt. Ruzie over wie er aan de beurt was met elastiekspringen. En dan natuurlijk komen klagen bij mij. Ik probeerde diplomatiek te zijn en te bemiddelen, maar het hielp maar half. Boze blikken, rode hoofden. “Dan gaan we maar naar binnen” zei ik. Nou dat was ook weer niet de bedoeling. Dus we rekken het nog even.

En toen kwam eindelijk het moment: de rapporten. Ik had hun volledige aandacht. Vertelde kort hoe het ‘Corona-rapport’ eruitzag, en dat vooral mijn verhaaltje belangrijk was. “Want daar staat of je naar groep 7 gaat.” Wat volgde waren opgewonden stemmen en heuse vreugdekreten van enkele volhardende twijfelaars die het nu óók zeker wisten.

“En dan jullie nieuwe juf”, zei ik. “Jullie nieuwe juf is een meester.” Gejuich barst los onder een groepje jongens. Ik kijk ze quasi verontwaardigd aan: “Waren juf J. en ik dan zo erg?” “Nee, nee,zo bedoelen we het niet hoor.” En dan komen de vragen. “Hoe ziet hij er uit?, hoe oud is hij?, is hij aardig?”  Dan vraagt er een: “Welke groep krijgt u?” “Ik ga naar de andere groep 7.” Nou dat vinden ze maar vreemd.

De dag sluit af in opperbeste stemming. Het rapport is binnen, het jaar zo goed als af. Alle vermoeidheid lijkt te zijn verdwenen. Het is weekend. Het is bijna vakantie.  

5 gedachten over “Vrijdag.

  1. Geniet van je vakantie! Je verhalen zijn echt leuk om te lezen, brengt me terug in de tijd. Leuk dat je overgestapt bent naar het basisonderwijs.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Jessica Kips Reactie annuleren