Bijna compleet

“Goedemorgen juf”. De eerste leerling die zich aandient vanmorgen, is een kwartier te vroeg. Ze begint met verontschuldigingen hierover. Iets met haar broer, en dat deze altijd veel vroeger moet beginnen. Ik wuif het weg. Het is niet erg. Ik heb haar twaalf weken niet gezien, dus ik begin een praatje. Het gaat goed met haar. Omdat er eigenlijk niks niet goed is, gaat het dus goed. Ik was bijna vergeten hoe welbespraakt ze is. Ze gaat naar haar plek, pakt een leesboek waar ze maanden geleden in begonnen is, en gaat lezen. Een mooi voorbeeld voor de anderen die enige tijd later binnendruppelen. Ook ik zit met m’n neus in een boek dat ik van plan ben te gaan voorlezen.

Op maandag moet ik studeren van mijn baas, dus vandaag is de eerste dag dat ik mijn hele klas tegelijk voor mijn neus zie. Op één na. Mijn collega had al gemeld dat ze gisteren ‘tevreden waren met de nieuwe tafelgroepjes’ maar ook dat ze ‘erg veel energie hadden’. Dat laatste betekent dat ze dus gewoon druk waren. Heel begrijpelijk, dus ik maak me er niet echt druk om. Het wordt een wat chaotische dag vandaag, maar dat weet ik op dat moment niet.

Het begint rustig. We praten wat. Ik vraag hoe het was gisteren, hoe de groepjes bevallen en of ze zich nog zorgen maken ergens over. Ze vinden het fijn om weer bij elkaar te zijn. “Maar wel drukker juf”. “Tja”, zeg ik. “Daar zijn jullie zelf bij. Tenslotte zijn jullie bijna groep 7”. Ze knikken. Bij de vraag of ik zal vertellen hoe de rest van het schooljaar verloopt, worden ze enthousiast. Ik teken het ze voor op het bord: nog vier weken met in de laatste week én een feestdag (om het schoolreisje en beetje goed te maken) én een opruim/ speelgoeddag. Dan komen de vragen los. “Waar zouden we naar toe zijn gegaan als we schoolreisje hadden gehad? Komt er ook een springkussen? Mogen we telefoons mee op speelgoeddag? Wanneer weten we of we over gaan naar groep 7?”. Kinderen maken zich zorgen om de fundamentele dingen van het leven.

We gaan rekenen. Breuken aftrekken. Het gaat lekker. Ze schrijven met me mee, ze doen het zelf, ik controleer en ze gaan aan de slag. Na rekenen moeten we naar de schoolfotograaf. Precies op het moment dat ik nog even het gedragsfilmpje ‘lopen op de trap’ heb laten zien en besproken, als we helemaal klaar zijn om braaf naar beneden te lopen, komt mijn collega melden dat het allemaal wat uitloopt. We moeten een half uur wachten. Mijn klas is flexibel. “Als we maar wel buiten gaan spelen”. Eerst nog even nu een oefening, dan de fotograaf en dan buitenspelen, beslis ik. Ze vinden het prima. Maar als ik een half uur later bij de fotograaf sta, blijkt de klas voor ons nog volop bezig te zijn. Ik dirigeer mijn klas via de trap weer naar boven, jas aantrekken en weer naar beneden om buiten te spelen. Ze doen het snel en zonder veel poespas. We hebben het schoolplein opgesplitst en wij spelen vandaag op het terreintje naast de school. Dus gaan ze ‘allemaal samen’ tikkertje spelen. Als we tien minuten buiten zijn, komt de fotograaf melden dat we aan de beurt zijn. Dus, hup weer naar binnen. Foto’s maken (neemt ook weer een half uur in beslag) en daarna (weer die trap!) naar boven. “Ook nog even allemaal handen wassen” zeg ik terug in het lokaal.

Ik schat in hoeveel tijd we nog hebben voor we naar gym moeten en vraag me af hoe ik er nog wat lesstof in krijg. Halverwege het handenwassen, zie ik een enorme bende ontstaan. De zeep is op, de handdoekjes zijn achteloos óp de prullenbak gegooid etc. Dus daar ga ik weer: doe voor hoe je ook zonder herrie een handdoekje uit het apparaat trekt, dat één echt wel genoeg is en hoe je die dan netjes in de bak gooit. En mijn klas, mijn klas voegt zich naar mijn gedril. Alsof ze het prettig vinden. Ze gaan zitten, nemen hun dicteeschrift voor zich, morren niet en doen gewoon goed mee. Óók met de bespreking: ze rammelen de categorieën er uit alsof alles weer is zoals het altijd was.

En zo gaat dat door. We eten weer, we gaan naar gym, we doen de schoenen uit, en weer aan, we lopen naar het lokaal. Ze blijven als een stel opgewekte kuikens doen wat ik vraag. Het laatste uurtje nog een korte instructie en zelfstandig werk afmaken. het is driekwartier rustig. Daarna bedenkt er één dat het een goed idee is om z’n laatje op te ruimen en opeens zijn ze állemaal aan het opruimen. De puinhoop op sommige tafels is zowel vermakelijk als ontmoedigend. Maar ik mompel tegen mezelf: “komt goed, komt goed”. En natuurlijk komt het goed.

Ze zijn er weer. En ze weten weer hoe het gaat met z’n allen. En dat ik ook echt wel heel veel complimentjes geef. En ze lijken het allemaal fijn te vinden. Want, zoals een leerling bij de afsluiting zegt: “het is toch weer fijn om naar school te gaan, daar krijg je betere instructie”.

Wat heb ik dit gemist. Halve klassen mogen dan lekker rustig lijken, boven de dynamiek van een hele, gaat toch helemaal niets.

2 gedachten over “Bijna compleet

Geef een reactie op Margriet van Galen Reactie annuleren