Er is inmiddels al anderhalve week geen school meer. Er zijn steeds zwaardere maatregelen genomen. Géén eindtoets groep 8, géén eindexamens, anderhalve meter afstand van mensen houden, géén evenementen meer etc. Tot 1 juni. Maar wat er met de scholensluiting gaat gebeuren, is nog onduidelijk.
Dat laatste bericht, 1 juni, kwam toch wel even binnen. Als dat ook voor scholen zou gelden, en het verbaast me eigenlijk dat daar onduidelijkheid over is, dan komt het er feitelijk op neer dat het schooljaar wel zo´ n beetje gedaan is. Over scholen wordt pas besloten als duidelijk is welke rol kinderen spelen bij besmetting. Onzekerheid dus weer. Net als vorige week over de eindexamens. Hoewel iedereen op z´ n klompen aanvoelde dat dat gewoon niet kon.
Ik weet er een aardig ritme in te houden. Voor 8.30u m´ n dagbericht aan de kinderen er uit en dan verder met de taken voor volgende week. Omdat alles gecheckt moet worden op werkbaarheid, kost dat best nog tijd, En ondertussen vragen en opmerkingen van kinderen en ouders (en collega’s) beantwoorden. ’s Middags stromen dan de huiswerkopdrachten binnen, met korte of iets langere berichten van de kinderen. Daar drijf ik dan zo’n beetje op. Op die berichtjes: “Juf, mijn tekening is goed gelukt. Ik heb al m’n werk gedaan en had 0 fout bij begrijpend lezen.” “Hoi juf, alles goed?” “Juf, ik snap het niet.” En foto’s van gemaakt, creatief werk. Prachtige tekeningen op de Stijl geïnspireerd, of voorkanten van werkstukken met onderwerpen als paardrijden, de Islam, hoe worden games gemaakt? of Suriname. Zelf gekozen onderwerpen om de moed er in te houden. Ook in m’n surrogaat leslokaal, mijn werkkamer, word ik door elk berichtje ontroerd en doe mijn best de kinderen voor te houden dat we elkaar allemaal weer gaan zien binnenkort. Ik heb zelfs plezier aan het maken van filmpjes voor het ochtendbericht omdat ik inmiddels weet dat ze dat erg leuk vinden.
Maandag had ik een dip. En met mij, zo leek het, heel onderwijzend Nederland. Tenminste dat kreeg ik terug van m’n twitter-onderwijsbubbel. Want op de een of andere manier was de stroom humor die mij collega’s vorige week appten, plotseling opgedroogd. Ik concludeerde dat ze dezelfde dip hadden. Al zei niemand het hardop. Ik had hem in elk geval wel. De zinloosheid van het geheel, dit nog 2 maanden doen. En waarom zou ik in hemelsnaam nog een groepsplan maken? Of individuele handelingsplannen? Toch wist ik nog op elk berichtje positief te reageren en complimenten uit te delen. Kennelijk hebben de kinderen nog geen dip. En dus ben ik in elk berichtje vrolijk en positief.
Inmiddels is het woensdag en de dip is grotendeels weg. Er begint zelfs zoiets als een sleur te ontstaan. Ik constateer iets minder interactie met de kinderen ten opzichte van gisteren. Maar misschien let ik er te veel op. Net zoals ik bij elk kuchje denkt: “Het zal toch niet?”
Van het weekend las ik twee enorm zware boeken die beide over de Jodenvervolging gingen. Ideale kost om m’n eigen sores te relativeren. Ja, het is allemaal vervelend, en ja, er loopt van alles anders dan ik dacht of zou wensen, maar hé, over een half jaar zijn we alles weer vergeten.
Mijn enige opdracht is om de moed er bij de kinderen in te houden, ook hen te overtuigen dat we op een dag weer samen zijn en dat het allemaal goed komt. De plicht om optimistisch te zijn. Nou, dat moet dan maar.

Weer een top verhaal.
Voorkom de dip, kijk vooruit!
LikeLike
Blijf vrolijk
LikeLike
Zal ik zeker doen!
LikeLike