De inspectie op bezoek.

Vlak voor de kerstvakantie kwam de boodschap die iedereen in onderwijsland vreest: “De inspectie komt op bezoek”. En al kwam het niet als een donderslag bij heldere hemel, het is toch even slikken als je dat hoort. Gelukkig ging het niet om een beoordelingsbezoek maar om een zogenaamd themabezoek. In zo’n bezoek kijkt de inspectie naar een specifiek onderdeel waarvan de school zegt dat dit een speerpunt is. In dit geval het didactisch handelen. De resultaten worden dan meegenomen in een landelijk onderzoek dat in mei resulteert in “De staat van het onderwijs”. Dit document verschijnt elk jaar.

Na zo’n mededeling ontstaat er dan in school een lichte nervositeit. De directie wil alles op orde hebben en leerkrachten krijgen op voorhand in meer of mindere mate de zenuwen bij de gedachte dat ze bezocht zullen worden. Al zijn we nog zo gewend aan bezoeken in de klas, vreemde ogen blijven toch een beetje eng en helemaal als er wat van afhangt. De eerste week na de kerstvakantie stond dan ook in het teken van ‘het inspectiebezoek’. Een extra teamvergadering om nog even duidelijk te maken wat er ging gebeuren en om nog even in herinnering te brengen wat onze speerpunten dan zijn, zaken die zijn blijven liggen toch nog even op orde brengen. De overheersende boodschap “We zijn echt goed bezig” en “We zien veel vooruitgang” ten spijt, het blijft spannend. Op de vrijdag voor het bezoek werd duidelijk dat de school de regie mocht voeren en bepalen wie bezocht werd en wie er bij het nagesprek aanwezig mocht zijn. Opluchting bij velen, iets minder bij de vier die de eer te beurt viel. Al hielden ze zich groot (en terecht overigens).

Het klinkt allemaal heel erg, maar ik zelf had er alle vertrouwen in. Ook als ze bij mij in de klas waren gekomen, had ik daar niet wakker van gelegen. In tegenstelling tot wat velen denken, denk ik namelijk dat de inspectie onze vriend is. Het is goed dat er regelmatig iemand van buitenaf, met verstand van zaken meekijkt en constateert wat er goed gaat en wat er beter kan. En mijn ervaring is, na zo’n vijf inspectiebezoeken, dat ze de juiste conclusies trekken. En ja, ik heb ook een keer meegemaakt dat mijn afdeling een ‘zwak’ kreeg. Dat is klote, maar het was wel terecht en het heeft uiteindelijk ook wat opgeleverd.

En zo ging dat ook vandaag. Twee vriendelijke, geruststellende mensen met zichtbaar verstand van onderwijs. Ze herkenden alle goede dingen waar wij mee bezig zijn, hadden een paar goede tips en gaven prima feedback aan de collega’s bij wie ze in de klas geweest waren. Voor die vier wás het ook spannend: zij moesten tenslotte laten zien waar wij als school voor staan, dat is best een verantwoordelijkheid. Althans zo voelde het vast. Ik hoefde alleen maar bij het nagesprek te zijn, waar ik ook nog eens niet heel erg veel aan bij hoefde te dragen.

Maar waarom had ik nu dat vertrouwen? Wij zijn op school met drie dingen bezig, dingen waar het in mijn ogen écht om gaat: De didactische aanpak, de pedagogische aanpak en de rekenopbrengsten (wat weer samenhangt met het eerste punt). En dat doen we door gebruik te maken van evidence informed modellen: EDI en PBS. Bovendien hebben we een nieuwe rekenmethode (Getal en Ruimte junior) die hier op aansluit. Onze studiedagen zijn steeds op deze zaken gericht en dat zorgt voor borging. Daarnaast wordt er erg ingezet op het team: het samenwerken, het gebruik maken van ieders kwaliteiten, een positieve benadering en veel teamborrels (met verbazingwekkend weinig alcohol).

Als de bezoekers dan constateren dat dat zichtbaar is en dat ze meer werkgeluk ervaren dan werkdruk dan kan ik dat alleen maar beamen. Ik ben in de 22 jaar dat ik in het onderwijs werk, nog nooit zo gelukkig geweest. En dat komt door wat ik hierboven heb beschreven, dat komt door de leerlingen, dat komt door het professionele klimaat, door mijn lieve, grappige, kundige, aardige collega’s en uiteraard door wat ik zie wat dat met kinderen doet. En ja, ik realiseer me dat wij het enorme geluk hebben dat we dit schooljaar niet met een tekort kampen. Vorig jaar was dat wel het geval en toen stonden de zaken er echt anders voor. Voor een deel komt dit overigens omdat onze directie in mijn ogen een verstandige beslissing heeft genomen: geen externe vervanging meer waardoor er enige ruimte kwam in de formatie.

Dus wat ik eigenlijk wil zeggen: een professioneel klimaat zorgt voor gelukkige leerkrachten (en ja, er zullen er bij ons ook vast wel zijn die dit anders ervaren, elk mens is tenslotte anders) en voor een aantrekkelijk beroep.

Maar dan moeten ze er wel zijn, die leerkrachten. Er zullen veel scholen zijn waar dat een groter probleem is. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar “De staat van het onderwijs 2020”. En daar heb ik dan weer wat minder vertrouwen in. Dat ligt niet aan scholen of aan leerkrachten, maar aan het ons bekende tekort.

2 gedachten over “De inspectie op bezoek.

Geef een reactie op Ruud Pet Reactie annuleren