Je krijgt de klas die je verdient, denk ik wel eens. En nu zit ik dus opgescheept met een klas met politieke activisten in de dop. Om te beginnen willen ze tijdens het kijken naar het Jeugdjournaal liever de ontwikkelingen aan het Oekraïense front volgen dan schattige verhalen over dieren. Met serieuze gezichten turen ze dan naar het beeld. Commentaar wordt er niet geleverd en erg benauwd worden ze er -bij enige ongeruste navraag door mij- ook niet van, maar weten willen ze het wel. Tijdens een topografie-les over Europa wees ik Rusland aan. Wel een erg groot land vonden ze. “En dat is dan alleen nog maar het Europese deel”, zei ik. En wees vervolgens de rest ook aan. Suzy kneep haar ogen samen en merkte op: “Zo’n groot land en dan willen ze nog dat kleine stukje Oekraïne er ook bij hebben.” Op1 kan wel inpakken met deze toch vrij accurate duiding.
We deden De Derde Kamer. Een lespakket over de de Nederlandse politiek. Na wat theorie over Prinsjesdag en wie nou eigenlijk de baas is in Nederland, volgde er debat. Met de stellingen die bij het lespakket hoorden (‘Schooldagen duren voortaan tot 18:00u; kinderen gaan dan nog maar vier dagen naar school’) kostte het ze enorm veel moeite om argumenten vóór te bedenken. Alles werd unaniem weggestemd. Interessant werd het pas, toen ze zélf stellingen mochten bedenken. Als het aan tienjarigen ligt, gaat de prijs van voedsel, gas en elektriciteit naar beneden, wordt roken verboden, krijgen dieren het beter dan zijzelf en komen er zware straffen op discriminatie.
Ook het ‘wie kan er zoveel mogelijk ministers noemen’ is inmiddels een sport, is mijn klas er van overtuigd dat zij de ingeloot worden voor een gratis reis naar de Eerste Kamer en vissen ze voortdurend naar mijn mening. Ik ondertussen probeer het niveau van hun mondelinge taalvaardigheid wat op te krikken. Want ondanks alle idealen, luide sprekers die met verve hun argumenten voor het voetlicht brengen zijn mijn leerlingen nog niet echt. Schuchter gooien ze één argument de lucht in en hopen duidelijk zichtbaar dat er geen weerwoord komt. Pas na een paar keer oefenen slagen twee jongens erin toch nog een behoorlijke tweestrijd te laten zien. We hebben nog wat lessen te gaan en plannen voor Nederland hebben ze wel. Dus het komt vast goed.
Een jongen vraagt mij of ik links of rechts ben. Ik zeg dat ik niet aan politiek doe in de klas. Maar zo makkelijk kom ik er niet vanaf. Ik moet uitleggen waarom. En met een scheef gezicht accepteert hij mijn uitleg dan maar. “U bent vast rechts”, zegt hij.
Geen idee waar ik dat nou weer aan verdiend heb.

Dit lijkt me een heerlijke groep om een bezoek mee te brengen aan de Eerste Kamer. Ik duim voor ze – en voor jou!
LikeLike