Ik ben trots. Trots op mezelf welteverstaan. Nu is trots zijn op jezelf nogal een dingetje in het onderwijs. Trots zijn op leerlingen is prima -en dat ben ik natuurlijk ook vaak- maar trots op jezelf leidt al snel tot gedoe. In het onderwijs ben je nederig over je eigen presteren. Het kan namelijk al snel lijken alsof je je beter voelt dan je collega. En iedereen doet toch z’n best. En, en, en. Dus heb ik eerst een beetje in m’n eentje trots zitten zijn. Tot nu dan. Want ik wil toch dit stukje schrijven.
Het is namelijk zo dat voor het eerst in mijn carrière als basisschoolleerkracht mijn groep méér groei heeft laten zien in vergelijking met het landelijk gemiddelde bij begrijpend lezen. En dat komt natuurlijk door henzelf, door een keuze die de school maakte, maar het komt óók door mij. De school maakte een keuze om met een betere leesmethode te gaan werken. Daarmee wordt er meer gelezen op een -naar mijn idee- betere, effectievere manier. Meer leestijd, meer didactische afwisseling en meer afwisseling in tekstsoorten. En ik denk dat dit al een heel groot winstpunt is. Maar dan ik. Wat doe ik dan? Nu is het zo dat ik deze groep ook al in groep 6 had. Ik vergelijk mezelf dus vooral met wat ik twee jaar geleden niet deed of nu beter doe. Ik probeer toe te passen wat ik het gelopen jaar gelezen heb over effectief leesonderwijs, ik doe niet precies wat de methode zegt en ik denk vaak dat ik het niet helemaal goed doe. Maar dit is het resultaat. Dus kennelijk doe ik iets goed en dat is enorm goed voor mijn zelfvertrouwen. En dat zelfvertrouwen geeft mij dan weer de moed om door te gaan met wat ik doe en nog wat extra stapjes te zetten.
Waarom had ik nou de behoefte om deze trots te delen? Omdat ik in een discussie over excellente scholen terecht kwam. Eind januari hebben 20 basisscholen het predicaat ‘excellent’ gekregen. En afgezien van de felicitaties en de lof die deze scholen ten deel vielen, waren er ook de onvermijdelijke wat zure reacties. Je excellent mogen noemen zou elitair zijn en nooit ten deel vallen aan scholen in achterstandswijken. En al die leerkrachten op andere scholen die allemaal zo vreselijk hard werken, zo oneerlijk. En ik word daar een beetje kribbig van. Want hoe kunnen we leerlingen nu laten excelleren, als we zelf niet met ons hoofd boven het maaiveld uit durven komen?
Nu is het zo dat, als je als school voor het predicaat excellent in aanmerking wilt komen, je jezelf daarvoor opgeeft. Dit doe je als school, omdat je ziet dat de weg die je bewandelt, effectief en goed is en omdat je vindt dat je daar voor erkend mag worden. Beroepseer heet dat, trots zijn op je werk. En ja, voor aanmeldingen en het voortbestaan van je school zal het vast ook positief zijn. Niks elitairs dus. En daar mag je trots op zijn. Gelukkig was er ook een directeur die dat deed: Openlijk trots zijn in een interview in een landelijke krant, omdat zij en haar collega’s na jaren kneiterhard werken van een zieltogende school in een verre van elitaire buurt nu dit predicaat gekregen hadden.
En dat vond ik mooi. Als je leerlingen het goed doen, heb jij als school, als leerkracht iets goeds gedaan. Dan maak je namelijk een ambitie waar. De ambitie om goed onderwijs te geven.
