Dit was het schooljaar van de scherpe herinneringen. Zo weet ik nog precies waar ik was toen ik hoorde dat we voor de tweede keer in lockdown zouden gaan. Ik stond boven aan de trap in ons schoolgebouw. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Ondanks dat ik dit schooljaar optimistisch was begonnen, hing Corona het hele jaar als een donker wolk boven me. Nou ja, het hele jaar, alles went op den duur dus op een gegeven moment werd het meer een soort vage mist. Maar toch,het was er altijd. Bij het openen van de briefing, bij het niesen van een leerling in de klas, bij de dagelijkse zelfcheck op C-gerelateerde klachten.
Bij mij kwam er een ommekeer met de komst van de zelftesten. Heel eerlijk gezegd: ik heb op één zondagavond overwogen om hem te gebruiken maar een of ander bizar psychologisch fenomeen heeft me er van weerhouden. Of eigenlijk was het Arjen Lubach.
Vanaf dat moment werden vooral allemaal leuke dingen scherper. Niet dat ze er daarvoor niet waren, maar het was alsof de lens even anders scherp gesteld werd. Ook met terugwerkende kracht gelukkig.
Zo zie ik nog de verwachtingsvolle blik van de kinderen in de plusklas voor me bij de eerste les, of die van de kleuters toen ik gymles gaf. Zo weet ik nog wat ik dacht en voelde toen notabene Syra een spreekbeurt hield over Martin Luther King. Ik was trots, ik vond haar stoer. Ik weet nog dat ik moest lachen toen mijn klas juichte toen Biden president werd. Dikke neus naar linkse indoctrinatie, ik had er echt niks mee te maken. Ik herinner me hoe ik elke ochtend benieuwd was wie er als eerste het lokaal in zou stormen terwijl dat eigenlijk geen verrassing was: óf Minke, óf Dunya en meestal kwamen ze tegelijkertijd. Elke keer als er ergens op straat of op het schoolplein opeens een kinderstemmetje roept: “Dahag, juf Jessicaaaa”, moet ik breed lachen, zelfs als ik geen idee heb wie de roeper is. Ik herinner me de blik van mijn Famke toen ik de wc openrukte en zij met de broek op de knieën mij verbijsterd aankeek. En zo kan ik nog even doorgaan: Pieter die mij een vlammetje gaf, alle bijdehante opmerkingen en grapjes van mijn klas, de gesprekjes tijdens het naar gym lopen, Joël die je overal kon tegenkomen behalve in de klas. En:
Dat mijn directrice mij er aan herinnerde waarom ik ook alweer voor het basisonderwijs gekozen had.
Ik had een dip. Een behoorlijk diepe. Iets met lerarentekort, plofklassen en het gevoel dat ‘buiten’ iedereen wel roept dat het allemaal zo erg is, maar dat het toch vooral het onderwijs zelf is dat de klappen opvangt. En door dat opvangen, wordt het ‘buiten’ nooit echt duidelijk hoe erg het is.
En daar word ik boos om. En toch, omdat wat ik doe er erg toe doet en omdat er zo oneindig veel leuke gebeurtenissen zijn, blijf ik gewoon doen wat ik doe. Met Theo Thijssen in gedachten: laten we gewoon gelukkig zijn en de rest mensen, is allemaal onzin.
Want anders red ik het niet.
