Wervelstorm

Mijn klas is aan de derde stormingsfase van dit jaar begonnen. De
tweede begon vlak voor de kerstvakantie maar zette niet door in
verband met de lockdown. In de twee weken voor de
voorjaarsvakantie was er geen sprake van veel onmin. Kennelijk
was het weerzien belangrijker. Deze week zwelde de onrust
langzaam aan, met als hoogtepunt het heen en weer lopen naar
gym.

Op de heenweg dacht ik nog dat ná de gym de energie er wel
uit zou zijn. Maar nee. De hele bende riep, duwde, trok, rende en
sprong dat het een lieve lust was. Er was niet echt onaardigheid
onderling, maar af en toe belandde een arm of een elleboog op de
verkeerde plek en moest ik tussenbeide komen, sussen en troosten.
Ook de gymleerkracht had al opgemerkt dat er van alles broeide.


Ik had allang mijn doel om alles ordelijk te laten verlopen omgezet
naar ‘heelhuids op school aankomen’. En ondertussen deed ik mijn
best om rustig en geduldig te blijven.

Meester A -onze directeur, nooit te beroerd om in te springen- liep
ogenschijnlijk rustig voor de troepen uit. Af en toe hield hij halt om te
zorgen dat de rijen gesloten werden en een kalme blik over de klas
te werpen. Daar nam ik dan maar een voorbeeld aan. Ondertussen
probeerde ik me te richten op de leuke dingen.


Zo was daar een leerling die de hoed van meester A op had. Deze
was in de kleedkamer blijven liggen en hij had me daar op
gewezen. Toen hij de hoed naar de eigenaar ging terugbrengen,
kreeg hij het voorrecht om hem zelf op te mogen zetten. het stond
hem goed.
Ook waren er twee jongen die vooral erg grappig wilden doen
maar ook best in waren voor een goed gesprek. Zo ging het opeens
over ontluikende verliefdheden in de klas. Kennelijk zijn er drie
jongens verliefd op hetzelfde meisje. Daar komt natuurlijk gedonder
van.


Het is geestig in groep 7. Voor mijn ogen zie ik ze transformeren
van kinderen naar tieners die ook niet weten wat ze met zichzelf aanmoeten. De onschuld is nog alom aanwezig, maar af en toe steken de hormonen de kop op. Zo had een van de grappenmakers deze week een augurk in zijn broodtrommel mee. Hij liet die aan de hele klas zien en suggereerde er van alles bij, maar slechts een enkeling
begreep, of wilde begrijpen waar hij op doelde. Hij zei nog: “In het Engels heet dit een pickle.”
Een andere jongen wil graag vooraan zitten tijdens het eten. De
aanleiding was ooit de etenslucht van een ander waar hij last van
had, maar inmiddels lijkt het er op dat de belangstelling voor een
meisje de werkelijke reden is.


Aangekomen bij school merkt meester A op: “Wat een onrustig
zooitje zeg.” Het had hem dus ook niet helemaal onberoerd gelaten.

Terug in de klas is het opeens helemaal anders. Snel gaan ze zitten
en zijn binnen tien seconden stil als ik daarom vraag. Ik maak een
opmerking over het gedrag onderweg en dik het nog wat aan door
te zeggen dat ik me werkelijk kapot schaam om zo met ze over
straat te gaan. Ook kondig ik aan dat we volgende week maar even
gaan oefenen met hoe het wél moet. Ze knikken braaf.
Even laten beginnen we met een dicteetoets. Het eerste woord is
‘de wervelstorm’. Ik onderdruk de neiging om daar een opmerking
over te maken. We werken het dictee af en ze gedragen zich
voorbeeldig.


Daar geef ik dan maar een welgemeend compliment voor.

Plaats een reactie