Een paar weken geleden vroeg ik mijn klas hoe ze terugkeken op het thuiswerken. Het leek ze wel wat. De buurklas had in die tijd een zieke leerkracht. Voor hen betekende dat eerst twee weken elke dag een ander voor de klas en daarna, toen ook de invaller besmet met corona bleek te zijn, tien dagen digitaal onderwijs. “Ze hebben alweer vrij”, zeiden mijn leerlingen dan. Nou, dat leek ze ook wel wat.
Voor de herfstvakantie draaide mijn klasje lekker. Na de herfstvakantie stak er een licht briesje op, dat aanwakkerde tot een storm. Langzaamaan werd de rust weggeblazen door drukte op bepaalde momenten. Stil voor zichzelf werken ging prima. Instructie ging redelijk goed. Maar zodra er samengewerkt moest worden, was het handhaven van het geluidsniveau een opgave. Daar steeds weer aandacht voor vragen, voordoen, oefenen, belonen op gewenst gedrag, het haalde niks uit. Telkens knikten ze welwillend en natuurlijk begrepen ze het en wisten ze hoe het moest en waarom, maar zodra er een kleine ruimte was vlogen de decibellen je om de oren. Niet dat het een voortdurende rotherrie was overigens, dat viel echt wel mee. Maar mijn lat ligt hoog. Het was een langzaam glijdende schaal die ik dan wel in gaten heb, maar net even te lang laat sudderen. Tot ook andere dingen begonnen te glijden.
Twee weken geleden besloten mijn duo en ik tot radicaal ingrijpen. Terug naar de basis: Zo zit je op je stoel, zo ziet je schrift er uit, zo gedraag je je tijdens instructie en zo draag je bij aan rust. En natuurlijk met de bijbehorende positieve bekrachtiging en de noodzakelijke harde lijn voor de hardleerse enkelingen. Dat wierp erg snel vruchten af. Natuurlijk wierp dat vruchten af, elke zichzelf respecterende leerkracht weet dat het je zelf het antwoord op onrust bent.
Afgelopen maandag keek ik tevreden toe hoe ze doodstil aan het rekenen waren, hoe ze bij taal – oké, na één keer feedback geven over het geluid- lekker in tweetallen woorden aan het oefenen waren en hoe ze dat nog een keer deden bij het oefenen met de atlas.
En toen veranderde de wereld. Een tweede lockdown. Voor mij toch wel onverwacht. Natuurlijk hadden mijn 28 stuiterballen de spanning en de onrust en de weet-ik-niet-wat in hun lijf. Dat had ik namelijk ook. Thuiswerken leek ze overigens opeens helemaal zo leuk niet meer. In de ochtend deden ze nog even extra hun best. Daarna moesten er wat dingen goed geregeld zijn voor we de deur uit liepen. Dat had ik dan weliswaar goed georganiseerd, maar op het moment van ‘dit zijn de dingen die ik wil dat je nu op je tafel uitstalt’ , leek het alsof ik een kudde koeien in de wei losliet die een winter binnen gestaan had. Mijn neiging naar controle botste even behoorlijk met deze situatie.
We kwamen erdoorheen. Na de pauze mochten ze schaken, dammen of een denkspel spelen met een klasgenoot naar keuze. Meteen bij binnenkomst. En oh, wat een rust opeens. Zoet waren ze gewoon. We gingen vrolijk uit elkaar.
Vandaag had ik mijn eerste lesmomenten online. Dit schooljaar hebben veel klassen en leerkrachten geoefend met de digitale leeromgeving, omdat de leerkracht getest moest worden of ziek thuis zat. Maar mijn klas en ik nog niet. Met dat in gedachten ben ik over vandaag niet ontevreden. In eerste instantie vonden 20 leerlingen zonder veel problemen de weg naar het digitale lokaal. De rest had inlogproblemen, die gedurende de dag zijn opgelost. Voor de anderen gaat dat vast voor de vakantie ook gebeuren. En er was natuurlijk ook de onvermijdelijke boze ouder die niet ogenblikkelijk antwoord kreeg toen hij daar om vroeg. De school had tenslotte in oktober al aan ouders gevraagd om de boel op te starten zodat problemen op tijd ondervangen konden worden. Onze ICT-man had zelfs een zeer duidelijke handleiding geschreven. Dus ja, die ouder had wel een punt…
En de digitale momenten zelf waren aardig, zelfs de moeite waard. Vragen zijn beantwoord en werd actief meegedaan, sommigen bleven spontaan hangen na het vragenuurtje ‘zodat ze dingen samen konden doen’ en anderen gingen na één vraag zelf aan het werk. Bijzonder geestig verschijnsel was dat die ene leerling die het in de klas lastig vindt om zich te voegen, nu ook ‘microfoon uit’ niet helemaal onder de knie kreeg. Online kan je gelukkig muten.
Het is allemaal niet ideaal. Of eigenlijk: Het is zuur en zou niet nodig moeten zijn. En in tegenstelling tot de HEMA en de Action kunnen wij niet nog even net doen of onze neus bloedt. Ondanks onze 100% essentiële artikelen.
Maar ergens, ooit, in 2021, komt het allemaal ongetwijfeld goed.
