Ik ben een goede drie weken onderweg met mijn nieuwe groep 7. Veel gaat er goed, en veel vooral zoals ik wil dat het gaat. Sommige dingen moeten nog wat bijgeschaafd worden, maar ik ben vooralsnog niet ontevreden.
Omdat de groepen 6 (die nu dus 7 zijn) vorig jaar een bende maakte van de wc, ben ik dit jaar begonnen met een rigide beleid rond het wc-bezoek: 1 jongen, 1 meisje, eerst vragen of je mag en bij terugkomst aan mij rapporteren hoe de wc er uit ziet. Omdat ik uitgelegd heb waarom, vinden ze het een volkomen terechte maatregel.
B komt terug van de wc. Als hij terugkomt in de klas, deelt hij met een verontwaardigde blik mee: “Er zit allemaal poep in de wc.” Gaan we weer, denk ik. Niet echt iets waar ik mee bezig wil houden, maar ook niet kunt negeren. Bovendien waren er van de andere klas meerdere jongens tegelijk in de wc geweest. Dat had hij ook nog even gemeld. Als je een misdaad wil oplossen, heb je aan basisschoolleerlingen goede getuigen. Alles vertellen ze je.
“Ik ga wel even kijken”, zeg ik. “Werk maar rustig door, dan kan ik kijken wat er aan de hand is.” Eerst pols ik even mijn collega of het kan zijn dat er twee jongens naar de wc geweest waren en wederrechtelijk gebruik hadden gemaakt van ‘onze’ wc. Die mogelijkheid bestond. Niet een erg goed drama, maar het is handig dit even gezamenlijk aan te pakken.
Aangekomen in de bewuste wc, zie ik slechts remsporen. En geen borstel te bekennen. Van een rampzalig vervuilde ruimte met besmeurde muren is geen sprake. Met de borstel van de leerkrachten-wc en wat schoonmaakmiddel poets ik pot weer schoon. Niet veel aan de hand dus. Gelukkig maar, want de beelden van vorig jaar staan nog vers in mijn geheugen gegrift.
Terug ik klas zeg ik: “Nou, er was iemand die moest poepen’, maar er was geen borstel om de pot schoon te maken. Dat was alles. Ik begrijp dat die persoon toen ook niet wist wat hij moest doen.” Er wordt begripvol geknikt. Er gaat een vinger omhoog. “Ik poep nooit op school, dat is echt smerig”, zegt iemand. Ook hierop komen bevestigende geluiden. Ik druk een dreigende discussie meteen de kop in. Want natuurlijk grijpen ze graag elke kans op afleiding.
Ik leg nog even uit dat het probleem opgelost kan worden door van te voren wat wc-papier in de pot te leggen. Ze zijn tevreden. Juf heeft dat toch maar weer mooi opgelost. Ze storten zich weer op hun breuken en we hoeven het er niet meer over te hebben.
Vlak voor dat we naar huis gaan komt B nogmaals naar me toe. “Er is naast de pot geplast en er ligt nu een beetje plas op de grond”, zegt hij met een gezicht alsof iemand de wc onder water heeft gezet. “Tja”, zeg ik, “dat gebeurt soms. Ik zal morgen instructie geven hoe je ín de pot moet plassen.” Het is natuurlijk een grapje, maar hij knikt ernstig en neemt hier genoegen mee.
Als het bij dit soort problemen blijft, wordt dit een topjaar.

Fantastisch!
LikeGeliked door 1 persoon