Opgeruimd

Janna is de kleinste van de klas. Toch is ze een opvallende verschijning. Niet dominant, maar wel aanwezig. Ze meldt zich als ze iets wil zeggen, maar vaak is dat pas als het echt relevant is. Dan heeft ze een opmerking die iets toevoegt, een vraag die niemand anders stelt of een kritische noot op reacties van anderen of van mij.

Ze is traag in alles wat ze doet. Je zou het ook bedachtzaam kunnen noemen, het is maar hoe je er naar kijkt. Haar werk krijgt ze zelden binnen de gestelde tijd af, maar ze doet dat wel met overgave. Bij elke som, vraag of opdracht ontstaat er een denkrimpel boven haar ogen en na enige overweging schrijft ze haar antwoord op. Aan het einde van de dag, is ze de laatste die de klas verlaat. Zonder zich op te laten jagen, ruimt ze haar tafel op, doet ze spullen in haar tas en neuriet daar zachtjes bij. Haar vriendinnetje staat ongeduldig van het ene been op het ander te huppen en vraagt: “Wat ben je nou eigenlijk aan het doen?” “Ow, weet ik eigenlijk niet” , is het onverschillige antwoord.

Ook heeft ze een opgeruimd karakter. Bij tegenslag -zo kwam ze niet in het leerlingpanel en werd ze niet de voorlezer van de klas- komt er even een donkere blik in haar ogen, maar al snel zet ze zich er overheen. Nadat ze geen voorlezer van de klas werd zei ze zelfs: “Ik ben eigenlijk wel opgelucht.”

Een opgeruimde tafel heeft ze echter niet. Na elke les blijf alles liggen, er ontstaan stapels en er vallen dingen op de grond. Ik kijk het aan en kijk dan naar mijn eigen chaotische bureau. Ik nam haar mee en wees op mij tafel. “Waar doet je dat aan denken?” vroeg ik. Ze lacht even. Ik wijs op mijn citaat van Einstein. Daar staat: Genieën zijn zelden geordend en geordende mensen zijn zelden een genie. Het staat er in het Duits, dus niemand in de klas begrijpt het. Maar zij wel. Ze kijkt me met een ronduit schalkse blik aan.

Op vrijdagmiddag, nadat de klas twee kleine teleurstellingen te verwerken heeft gekregen -geen gym én geen buitenspelen omdat het schoolplein in een ijsbaan is veranderd- doe ik een crea-opdracht. Nu heb ik een afkeer van crea, zowel van het woord als van de inhoudsloosheid, maar nu was het er wel het moment voor. Na mijn uitleg, gaat iedereen met overgave aan het werk. Zacht muziekje erbij, prima sfeer. Er ontstaan mooie momenten. Onvermoede combinaties werken opeens samen, drie jongens raken in gesprek over waar ze bang voor zijn, rommel wordt zonder mijn inbreng opgeruimd, iedereen is opgewekt en het woord gezellig valt. Ik kijk er naar en ben uiterst tevreden. Hier kan geen sociale vaardigheidstraining tegenop.

Janna is vrij snel klaar en bedenkt wat ze nu eens kan gaan doen. Even later zie ik dat ze de minst populaire jongen van de klas aan het helpen is. De jongen die doet en roept voordat hij denkt, die overal tegenaan botst en waar een groot deel van de klas het liefst met een boog omheen loopt. Ze zijn een beetje bang voor hem, met z’n ruwe, ongecontroleerde gedrag, al zegt hij duizend keer sorry en bedoelt hij het allemaal niet zo. Hij is zeker twee koppen groter dan Janna, maar nu vertelt ze hem kalmpjes hoe hij het aan moet pakken, doet het voor en moedigt hem aan. Hij zit er mak als een lammetje naar te luisteren. “Dank je wel” , mompelt hij zo’n beetje.

“Ow, graag gedaan hoor” , zegt ze monter. En huppelt naar mij toe. “Juf, heeft u nog een klusje voor mij?”

Groots is ze.

Plaats een reactie